De Belastingdienst keert drie inkomensafhankelijke toeslagen uit die huishoudens kunnen krijgen voor kinderopvang, huur of de nieuwe zorgverzekering. De Belastingdienst fungeert dan als één loket, waar mensen terecht kunnen voor het aanvragen van huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag. De toeslagen blijven los staan van de aangifte inkomstenbelasting. Ook als u geen aangifte doet kan recht bestaan op een of meer van deze toeslagen.
De grootste veranderingen bij de uitvoering van de huurtoeslag zijn:
Wie komt in aanmerking voor huurtoeslag?
Vrijwel iedereen die voorheen recht had op huursubsidie of onder de hardheidsclausule viel, heeft nu recht op huurtoeslag. Daarnaast moet u aan een aantal voorwaarden voldoen, die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Deze zijn grotendeels hetzelfde als de voorwaarden die golden voor het recht op huursubsidie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan meerderjarigheid, passendheidstoets, huurgrenzen en inkomens- en vermogensgrenzen.
Is de samenstelling van het huishouden van belang voor de huurtoeslag?
Er bestaat alleen recht op huurtoeslag als het huishouden onvoldoende draagkracht heeft om de huur van een passende huurwoning te betalen. Bij de bepaling van de draagkracht voor de huurtoeslag telt dus niet alleen het eigen inkomen mee, ook het inkomen van de medebewoners kan meetellen. Een medebewoner is iemand die bij u in huis woont en geen onderhuurder is. Bijvoorbeeld de toeslagpartner, een (pleeg)kind, of een ouder van de aanvrager of van de toeslagpartner.
Een onderhuurder is iemand met wie u een schriftelijk huurcontract heeft afgesloten. Is er geen huurcontract, dan beschouwt de Belastingdienst de onderhuurder als medebewoner. Een (pleeg)kind, toeslagpartner of ouder kan geen onderhuurder zijn.
Om te bepalen wie de toeslagpartner is voor de huurtoeslag, heeft de Belastingdienst een partnerschema gemaakt dat te vinden is in de toelichting bij het aanvraagformulier.