Mantelzorg- en generatiewoningen
Het wordt steeds moeilijker om een betaalbare woning te vinden. Tegelijkertijd willen veel ouderen graag zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Dit zijn een paar van de redenen waarom wij als gemeente vaker de vraag krijgen of het mogelijk is een mantelzorg- of generatiewoning te plaatsen.
- De gemeente Asten wil het mogelijk maken dat meerdere generaties op één erf kunnen wonen. Daarom is er beleid vastgesteld voor zogeheten generatiewoningen.
- Bekijk het volledige en definitieve beleid: Beleidsregel generatiewoningen gemeente Asten 2024 (link naar Overheid.nl)
- Wilt u een woning op uw terrein bijplaatsen om zorg te ontvangen of verlenen?
Dan gaat het niet om een generatiewoning, maar om een mantelzorgwoning.
Verschil tussen een mantelzorgwoning en een generatiewoning
- Een mantelzorgwoning is een woning op het eigen terrein, nabij de hoofdwoning, bedoeld om (mantel)zorg te verlenen/ontvangen. Voor het plaatsen of bouwen van een mantelzorgwoning heeft u geen omgevingsvergunning nodig.
Let op: dit betekent niet dat er geen regels zijn. - Een belangrijke regel met betrekking tot mantelzorgwoningen is dat er sprake moet zijn van intensieve zorg. Dat er sprake is van intensieve zorg, moet worden vastgesteld door een WMO-consulent.
Bekijk ook: Mantelzorgwoning (link naar website Sociaal Team Asten) - Als de WMO-consulent vaststelt dat er inderdaad sprake is van intensieve zorg, zal hij/zij u verwijzen naar de afdeling Vergunningen. Met hen bespreekt u welke regels van toepassing zijn voor het plaatsen van een mantelzorgwoning op uw terrein.
- Wanneer de mantelzorg stopt, moet de woning worden teruggebracht naar de oorspronkelijke staat. Dit betekent dat de keuken, badkamer en het toilet verwijderd moeten worden. Daarna mag het gebouw niet meer als woning worden gebruikt, maar bijvoorbeeld wel als schuur of opslagruimte.
- Is er geen sprake van intensieve zorg, maar wilt u wel een eigen woning op het terrein bij uw huis bijplaatsen?
Dan is dit een generatiewoning. Voor het plaatsen of bouwen van een generatiewoning is wel altijd een omgevingsvergunning nodig. - Let op: zowel voor mantelzorg- als generatiewoningen geldt dat er per geval gekeken wordt of deze gewenst zijn op de locatie waar het om gaat.
Belangrijkste voorwaarden waar een generatiewoning aan moet voldoen
- Een generatiewoning is een afhankelijke wooneenheid bij een bestaande hoofdwoning, bedoeld voor maximaal twee bewoners.
- Het gaat om kleine wooneenheden van minimaal 30m2 en maximaal 100m2.
- De wooneenheid is direct verbonden aan de hoofdwoning via hetzelfde erf en is dan ook alleen bereikbaar via het perceel van de hoofdwoning.
- De wooneenheid is aangesloten op de nutsvoorzieningen (gas, water en elektra) van de hoofdwoning.
- De wooneenheid past binnen het omgevingsplan, of is (deels) verplaatsbaar.
- De wooneenheid is levensloopbestendig en geschikt voor mindervaliden.
- Er wordt één extra parkeerplaats op eigen terrein gerealiseerd.
- Het is niet toegestaan een aparte oprit te realiseren.
- Het gaat om een tijdelijke vergunning met een geldigheid van 15 jaar.
- De vergunninghouder is eigenaar van de grond.
- De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar.
- De eigenaar van de grond verklaart te weten dat de vergunning tijdelijk is en de risico’s te begrijpen.
- Er mag geen sprake zijn van een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft.
Omgevingsvergunning aanvragen
- Voor een generatiewoning is altijd een vergunning nodig.
- Deze vergunning vraagt u aan via het Omgevingsloket.
- Bij mantelzorg- of generatiewoningen kijken we altijd per geval of deze gewenst zijn. Daarom moet u altijd eerst een conceptaanvraag indienen.
- In onze gemeente gaat dat niet via het omgevingsloket.
Meer informatie over de conceptaanvraag vindt u op de pagina: Conceptaanvraag.
Tip: vraag een bouwkundig adviseur of unitbouwer om u te helpen met de aanvraag.
Welke documenten zijn nodig voor de aanvraag?
Naast bouwtekeningen moeten ook in ieder geval de volgende documenten worden aangeleverd:
- Bewijs van eigendom van het perceel waarop de aanvraag betrekking heeft.
- Bewijs van bloedverwantschap tot en met de tweede graad*
(Adoptie)ouders en (adoptie)kinderen zijn bloedverwant in de eerste graad.
Grootouders en kleinkinderen, broers en zussen en halfbroers en -zussen zijn bloedverwant in de tweede graad. - Een door de eigenaar/eigenaren van het perceel te ondertekenen verklaring. Deze verklaring mag u zelf opstellen.
- Bewijs dat de zelfstandige bijwoning met voorzieningen levensloopbestendig is of wordt.
- Gespreksverslag van de omgevingsdialoog met de belanghebbende (een zogeheten participatieverslag).